Het knipperlichttraject en knipperlichtgesprek

Nu evaluatie van medewerkers niet langer een verplicht gegeven  is, hebben de voorbije 2 jaar verschillende besturen hun evaluatiecyclus vervangen door een systeem van ‘opvolging en feedback’. 

Hierdoor wordt het evaluatiegebeuren voorbehouden voor medewerkers die niet goed functioneren. 

Om een dergelijke evaluatie te initiëren  komt een nieuw gesprek naar voor ‘het knipperlichtgesprek’. We onderzochten een 10-tal besturen[1] die de term ‘knipperlichtgesprek’ hebben opgenomen in hun nieuwe wijze van evalueren en bekijken deze nieuwe benadering in het evaluatiegebeuren.

Onderzoek, vaststelling en conclusies

Besturen die de veralgemeende evaluatie hebben verlaten en vervangen door een meer permanent traject van feedback en opvolging, blijven in een aantal gevallen met de noodzaak van een evaluatietraject. 

Het minder goed functioneren van medewerkers is dan een indicatie om een evaluatietraject op te starten. Om het specifieke van een dergelijk traject aan te duiden gaan besturen ook op zoek naar specifieke terminologie. Ze duiden het traject dan ook vaak aan met de term ‘knipperlichtgesprek’.

De  trajecten verschillen in duur en invulling, maar bestaan doorgaans uit verschillende stappen waarbij de evolutie in het functioneren van de medewerker wordt opgevolgd. Afhankelijk van die evolutie kan het traject verder worden bijgestuurd.

De opstart van een dergelijk traject  is gebaseerd op een evaluatiemoment, zonder dat de criteria hiervoor concreet zijn gemaakt.  Dit maakt het niet altijd duidelijk wanneer wel of niet een traject wordt opgestart.

Bij het vastleggen van de trajecten wordt geen onderscheid gemaakt tussen de functie van de medewerker , noch over de juiste aard van het minder goed functioneren.Bij dit alles blijft ook de overweging of het knipperlicht, bedoeld voor de medewerker, ook een knipperlicht voor de organisatie zelf zou kunnen zijn en op die wijze een nieuwe cultuur van evalueren zou inluiden.

Het volledig artikel verscheen bij Uitgeverij Vandenbroele, HR-connect, 22 02 2022


[1] We bestudeerden de rechtspositieregeling van volgende besturen: Stad Brugge, AZ Sint-Jan Brugge, Stad Wervik, gemeente Aalter, gemeente Zulte, OCMW  Meise, gemeente Rotselaar, Stad Turnhout, gemeente Mol, gemeente Oudsbergen, stad Hasselt.  In een aantal gevallen werd ook bijkomende informatie verstrekt.

Laat uw reactie na

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

E-Mensenwerk © 2020 All rights reserved.

terug naar boven...